Gevangenissen moeten kindvriendelijker

Depressieve gevoelens, stress, boosheid en verdriet. Daarnaast een grotere kans op antisociaal gedrag en andere problemen. Het zijn de gevolgen waar kinderen met een ouder in detentie vaker last van hebben dan leeftijdsgenoten, blijkt uit onderzoek.

Kinderen van ouders in de gevangenis zijn vaak de dupe van de gevolgen van die straf. Detentie verminderen is geen optie, straf blijft immers straf, maar meer aandacht voor deze kinderen is heel belangrijk. Dat vindt niet alleen Kinderombudsman Margrite Kalverboer, ook onderzoekers van de Hanzehogeschool Groningen Petrick Glasbergen en Simon Venema pleiten hiervoor.

Gevolgen steeds zichtbaarder

"De gevolgen zijn met name internationaal goed gedocumenteerd en steeds zichtbaarder. Nu wordt het tijd dat er ook een oplossing en meer aandacht komt voor kinderen met een ouder in detentie", zegt Venema. "Uit het rapport van de Kinderombudsman uit 2017 is al gebleken dat kinderen behoefte hebben aan informatie, vooral over hun eerste bezoek in de gevangenis. Dat is een spannend moment."

Het kindvriendelijk maken van een gevangenis hoeft volgens Venema niet heel complex te zijn. Relatief kleine dingen kunnen al een enorm verschil maken. Het begint volgens hem met het registreren van gezinssituaties bij de start van de detentie. "Vraag meteen of een gedetineerde kinderen heeft, hoeveel, of zij in de buurt wonen en op dat moment bij iemand kunnen blijven. Zo krijg je meteen een beeld."

Begin bij de basis

Op dit moment is niet bekend hoeveel kinderen van gedetineerden er in Nederland zijn, maar waarschijnlijk zo rond de 25.000, schatten onderzoekers. "Deze kinderen hebben vooral behoefte aan informatie, bijvoorbeeld over het bezoek en over hoe het leven in detentie is."

"Maar denk ook aan een kindvriendelijke inrichting van de bezoekersruimte, speelgoed, een maxi-cosi en hoe het gevangenispersoneel een bezoekend kind benadert." Als het aan de wetenschapper ligt, zouden bewakers van alle gevangenissen een basistraining moeten krijgen om kindvriendelijk te werk te gaan.

Nationale aanpak

Twee Nederlandse gevangenissen zijn nu kindvriendelijk ingedeeld. In Veenhuizen en Leeuwarden zijn er zelfs een vadervleugel voor gedetineerde vaders. "In de meeste gevangenissen ontbreekt de focus op kindvriendelijkheid, maar dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt in andere gevangenissen. In iedere gevangenis bestaat de mogelijkheid voor regulier bezoek, telefonisch contact en het versturen van kaarten en brieven.

Er zijn ook mooie lokale initiatieven en Exodus biedt in bijna elke gevangenis het programma 'Mijn kind en ik' aan." Bovendien is er bijna overal een 'ouder en kind dag'. Het probleem is dat er grote verschillen zijn tussen de inrichtingen en in hoeverre het daar van belang is. Venema pleit daarom voor een eenduidige aanpak. "Het is geen hogere wiskunde, we moeten er gewoon aan beginnen."

Andere landen bewijzen mogelijkheden

Zo'n nationale, eenduidige aanpak is in sommige landen al een feit. Volgens Venema moeten we vooral een voorbeeld nemen aan Scandinavië. "In Denemarken heeft elke gevangenis een kindvriendelijke bezoekersruimte en een medewerker die zich volledig bezighoudt met aandacht voor de rechten van kinderen. Dat is het bewijs dat het ook hier mogelijk is."

Ook onderzoeker Petrick Glasbergen hoopt dat de kindvriendelijke aanpak uiteindelijk een nationale aanpak wordt. "Het zou een cadeau zijn als de Kinderombudsman of de politiek zegt dat elke gevangenis zich moet houden aan afspraken over kindvriendelijkheid."

Samen werken

Naast onderzoeker is Glasbergen projectleider van de 'innovatiewerkplaats'. Dat is een samenwerking tussen de Hanzehogeschool en de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen. Binnen dat project zoeken studenten van diverse opleidingen en vaders in detentie samen naar manieren om gevangenissen kindvriendelijker te maken.

Zo ontwikkelden ze bijvoorbeeld een website, speciaal voor kinderen van gedetineerden. Ook organiseren ze activiteiten voor de partners van gedetineerden, zodat die ook met elkaar in contact kunnen komen. "Dat is voor velen een stuk laagdrempeliger dan een gespreksgroep."

'Gevangenissen mogen niet achterblijven'

De samenwerking tussen wetenschappers, studenten, gedetineerden en gevangenissen is van groot belang, zeggen de onderzoekers. "Als je alles intern houdt, blijf je doen wat je altijd al deed, wat je gewend bent. Wij willen niet dat gevangenissen stilstaan", zegt Glasbergen.

"Door deze samenwerking denken we vanuit buiten de gevangenis. We kijken vanuit de ogen van de achterblijvers, dus het gezin, naar hoe we gedragsverandering teweeg kunnen brengen."

Aandacht voor gezinssituatie

Volgens het KinderrechtenVerdrag heeft ieder kind recht op contact met ouders, ook in detentie, legt Glasbergen uit. "Gezinsrelaties kunnen veel schade oplopen door detentie, gevangenissen kunnen een belangrijke rol spelen om dat te beperken."

Wel moet volgens Venema worden benadrukt dat de gevolgen van detentie niet voor iedereen hetzelfde zijn. "Ik zeg ja tegen een nationale aanpak, maar dat wil niet zeggen dat alles voor elk gezin hetzelfde werkt."

Aanpak op maat

"Kijk per gezin ook naar de rol van de ouder voor detentie, de relatie tussen beide ouders, of ouders gescheiden zijn of samenwoonden en of er bijvoorbeeld sprake is geweest van huiselijk geweld." Volgens Venema is die informatie sturend voor hoe het gezin de detentie meemaakt en welke gevolgen het heeft.

"De basis moet aandacht voor kindvriendelijkheid zijn, maar de aanpak moet op maat zijn", zegt hij. "Het belangrijkste is dat het in het belang van het kind moet zijn."

Bron:
Eénvandaag